Koolmonoxide, afgekort tot CO, is een giftig gas dat je niet kunt zien, ruiken of proeven. Het kan ontstaan wanneer brandstoffen zoals aardgas, hout, olie of benzine onvolledig verbranden. Een defect of slecht onderhouden verbrandingstoestel, onvoldoende ventilatie of een probleem met de rookgasafvoer kan daarbij een rol spelen.
Omdat je koolmonoxide niet met je zintuigen kunt waarnemen, kunnen bewoners ongemerkt aan het gas worden blootgesteld. Een goed geplaatste koolmonoxidemelder waarschuwt wanneer de concentratie CO gevaarlijk wordt.
Hoe ontstaat koolmonoxide?
Bij een goede verbranding is voldoende zuurstof beschikbaar en worden verbrandingsgassen veilig afgevoerd. Wanneer er te weinig zuurstof is of de afvoer niet goed functioneert, kan koolmonoxide ontstaan.
Mogelijke bronnen in en rond een woning zijn:
- een cv-ketel;
- een geiser;
- een gaskachel of gashaard;
- een hout- of pelletkachel;
- een open haard;
- een gasfornuis;
- een barbecue of terrasverwarmer die verkeerd wordt gebruikt;
- een motor of aggregaat in een afgesloten ruimte.
Ook moderne verwarmingstoestellen kunnen bij een defecte installatie, onvoldoende onderhoud of een beschadigde rookgasafvoer een risico vormen. Ga er daarom niet automatisch van uit dat een betrekkelijk nieuwe cv-ketel geen koolmonoxide kan veroorzaken.
Wat doet koolmonoxide in het lichaam?
Koolmonoxide komt via de longen in het bloed terecht. Daar bindt het zich veel sterker aan hemoglobine dan zuurstof. Hemoglobine is het eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof door het lichaam vervoert.
Door deze binding kan het bloed minder zuurstof naar organen en weefsels transporteren. Vooral de hersenen en het hart zijn gevoelig voor zuurstoftekort. Bij een hoge concentratie of langdurige blootstelling kan koolmonoxidevergiftiging leiden tot bewusteloosheid, blijvende gezondheidsschade en overlijden.
Het lichaam verwart koolmonoxide dus niet simpelweg met zuurstof omdat de moleculen op elkaar lijken. Het probleem ontstaat doordat CO zich zeer sterk aan hemoglobine bindt en daarmee het normale zuurstoftransport belemmert.
Welke klachten kunnen op koolmonoxide wijzen?
De eerste verschijnselen van een koolmonoxidevergiftiging lijken soms op griep of vermoeidheid. Daardoor wordt de oorzaak niet altijd direct herkend.
Mogelijke klachten zijn:
- hoofdpijn;
- duizeligheid;
- misselijkheid of overgeven;
- vermoeidheid en slaperigheid;
- verwarring;
- een versnelde hartslag;
- moeite met concentreren;
- flauwvallen of bewusteloosheid.
Een belangrijk waarschuwingssignaal is dat meerdere mensen of huisdieren in dezelfde ruimte ongeveer tegelijkertijd klachten krijgen. Ook klachten die binnen verminderen en na thuiskomst terugkeren, kunnen reden zijn om aan koolmonoxide te denken.
Ga bij een vermoeden niet zelf op zoek naar de bron. Verlaat de woning en schakel hulp in.
Een CO-melder is iets anders dan een rookmelder
Een rookmelder reageert op rookdeeltjes die bij brand vrijkomen. Een koolmonoxidemelder meet de concentratie koolmonoxide in de lucht. Een gewone rookmelder waarschuwt dus niet automatisch voor CO.
Er bestaan combimelders die zowel rook als koolmonoxide kunnen detecteren. Deze zijn volgens de Brandweer vooral geschikt voor een ruimte waarin een verbrandingstoestel staat en waar beide soorten melders op de juiste hoogte kunnen worden geplaatst.
In andere ruimtes kan het verstandiger zijn om afzonderlijke rook- en koolmonoxidemelders te gebruiken. Rook stijgt op, terwijl koolmonoxide zich met de aanwezige lucht vermengt. Daardoor gelden niet overal dezelfde plaatsingsadviezen.
Waar plaats je een koolmonoxidemelder?
De juiste plaats hangt af van de ruimte en de aanwezigheid van een mogelijke CO-bron. Volg altijd de instructies van de fabrikant. De CO-wijzer van Brandweer Nederland en de Brandwondenstichting geeft daarnaast de volgende richtlijnen.
In een ruimte met een verbrandingstoestel
Plaats de melder:
- aan het plafond;
- op een horizontale afstand van één tot drie meter van de mogelijke CO-bron;
- bij voorkeur centraal in de ruimte;
- minimaal dertig centimeter van muren en andere voorwerpen.
Bij een schuin plafond plaats je de melder aan de hoge zijde, eveneens op één tot drie meter horizontale afstand van het toestel.
In een ruimte zonder verbrandingstoestel
Plaats de melder op ademhoogte. In een slaapkamer betekent dit ongeveer de hoogte waarop iemand slaapt. In een woonkamer is dat de hoogte waarop bewoners meestal zitten of lopen.
Plaatsen die je beter vermijdt
Hang een CO-melder niet:
- achter een gordijn of kast;
- direct naast een ventilatierooster;
- vlak bij een luchtinlaat of luchtuitlaat;
- naast een plafondlamp;
- in een vochtige badkamer;
- op een plek die bij onderhoud moeilijk bereikbaar is.
Een cv-ketel hangt regelmatig in een kleine kast of technische ruimte. Is die ruimte te klein voor een correcte plaatsing? Volg dan het specifieke advies van de fabrikant of de CO-wijzer voor plaatsing in de aangrenzende ruimte.
Waar let je op bij het kopen van een CO-melder?
Niet iedere melder biedt dezelfde levensduur en functies. Controleer bij de aanschaf in ieder geval:
- of de norm NEN-EN 50291 op de verpakking staat;
- wat de opgegeven levensduur van de sensor is;
- of de melder waarschuwt wanneer de batterij leeg raakt;
- of er een signaal voor het einde van de levensduur aanwezig is;
- hoe luid het alarmsignaal is;
- of de test- en resetknop goed bereikbaar zijn;
- of het model geschikt is voor de ruimte waarin je het wilt gebruiken.
Een digitaal display kan de gemeten concentratie weergeven, maar vervangt het alarmsignaal niet. Wie modellen wil vergelijken, kan het assortiment CO melder bekijken en de productspecificaties naast het plaatsingsadvies leggen.
Test en vervang de melder op tijd
Een koolmonoxidemelder gaat niet onbeperkt mee. De sensor heeft een opgegeven levensduur, die per model kan verschillen. Noteer daarom bij het ophangen zowel de plaatsingsdatum als de vervangdatum op de melder.
Controleer de werking regelmatig volgens de instructies van de fabrikant. Gebruik daarvoor de testknop. Test een CO-melder nooit met uitlaatgassen, rook of een open vlam.
Reageert de melder niet goed, klinkt er een storingssignaal of is de vervangdatum bereikt? Vervang het apparaat dan direct.
Wat moet je doen wanneer de CO-melder alarm geeft?
Neem een alarm altijd serieus, ook wanneer niemand klachten heeft. Handel als volgt:
- Waarschuw alle aanwezige personen.
- Ga onmiddellijk naar buiten.
- Bel buiten het alarmnummer 112.
- Volg de aanwijzingen van de hulpdiensten.
- Ga niet terug naar binnen voordat is vastgesteld dat dit veilig is.
Open alleen deuren of ramen wanneer dat zonder vertraging en zonder extra risico mogelijk is. Het belangrijkste is dat iedereen zo snel mogelijk naar buiten gaat.
Voorkomen blijft belangrijk
Een CO-melder waarschuwt voor gevaar, maar voorkomt niet dat koolmonoxide ontstaat. Combineer de melder daarom met goed onderhoud en voldoende ventilatie.
De Brandweer adviseert om:
- ventilatieroosters dag en nacht geopend te houden;
- verbrandingstoestellen regelmatig te laten controleren;
- werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf te laten uitvoeren;
- rookgasafvoeren mee te laten controleren;
- een schoorsteen regelmatig te laten reinigen;
- signalen zoals roet, roest, condensatie of een afwijkende vlamkleur serieus te nemen.
Hang een koolmonoxidemelder op de juiste plaats, controleer hem regelmatig en zorg dat alle huisgenoten weten wat ze bij een alarm moeten doen. Juist omdat koolmonoxide niet zichtbaar of ruikbaar is, zijn voorbereiding en een werkende melder onmisbaar.




