Waarom staal bezwijkt bij brand
Staal brandt niet, en juist daarom wordt het risico onderschat. Het probleem is dat staal bij oplopende temperatuur zijn sterkte verliest. Rond de vijfhonderd graden is daar nog ongeveer de helft van over, en dat is voor een dragende constructie het punt waarop bezwijken in beeld komt.
Een brand in een bedrijfspand bereikt die temperatuur binnen minuten. Het doel van brandwerende maatregelen is daarom niet om brand te voorkomen, maar om de constructie lang genoeg overeind te houden voor ontruiming en inzet van de brandweer.
Hoe een coating werkt
Een brandwerende coating op staal is doorgaans opschuimend. Bij hitte zet de laag uit tot een isolerend schuim dat vele malen dikker is dan de aangebrachte laag, waardoor het staal langer koel blijft. De vereiste dikte hangt af van de profielfactor en de gevraagde tijdsduur.
Dat betekent dat een coating niet zomaar overal gelijk wordt aangebracht: een slank profiel warmt sneller op dan een zwaar profiel en vraagt dus meer. Hoe die beoordeling verloopt, staat toegelicht bij Royal Safety.
Waar het verplicht is
- Dragende constructies in gebouwen boven een bepaalde hoogte.
- Gebouwen met een verhoogd risico, zoals zorg en logies.
- Situaties waarin de brandweer een langere inzettijd nodig heeft.
- Bij verbouwing waarbij de gebruiksfunctie verandert.
De concrete eis volgt uit de bouwregelgeving en uit de omgevingsvergunning, en verschilt per gebouw. Een adviseur die alleen naar het materiaal kijkt en niet naar de functie van de ruimte, mist de helft van het verhaal.
Doorvoeren zijn de zwakke plek
Een brandwerende wand is niet brandwerender dan de gaten die erin zitten. Kabels, leidingen en luchtkanalen die door zo’n wand gaan, vormen het pad waarlangs vuur en rook zich alsnog verspreiden.
Die doorvoeren moeten met een gecertificeerd systeem worden afgedicht, en dat systeem moet passen bij het type wand en bij wat er doorheen gaat. Een schuimband uit de bouwmarkt voldoet daar niet aan. Wat daarbij komt kijken, staat op royalsafety.nl.
Wat er in de praktijk fout gaat
Het meest voorkomende probleem is niet de eerste uitvoering maar wat er daarna gebeurt. Bij elke aanpassing aan de installatie wordt er een gat bij geboord, en dat gat wordt zelden opnieuw gecertificeerd afgedicht.
Een register van doorvoeren, met foto en systeemnummer, lost dat op. Het klinkt bureaucratisch en het is het enige waarmee bij een controle in korte tijd is aan te tonen dat de scheiding nog intact is.
Onderhoud
Een coating heeft een levensduur en is gevoelig voor mechanische beschadiging. Een heftruck die tegen een kolom komt, haalt de laag eraf op precies de plek waar het uitmaakt. Periodieke visuele controle hoort daarom bij het onderhoud van het pand.
Vastleggen wat er is uitgevoerd
Bij oplevering hoort een document met het toegepaste systeem, de aangebrachte laagdikte en de bijbehorende certificaten. Zonder die vastlegging is achteraf niet aan te tonen welke brandwerendheid er is gehaald, en dan telt de maatregel bij een keuring niet mee.
Bewaar dat dossier bij de rest van de gebouwdocumentatie en niet uitsluitend bij de aannemer. Bij verkoop of bij een wisseling van beheerder is dat vaak het eerste wat kwijt is, terwijl het opnieuw laten vaststellen aanzienlijk duurder is dan het bewaren.





